De grootouders van Stijn Streuvels

Grootvader langs moederszijde was Pieter Jan Gezelle. Pieter Jan werd geboren in Heule op 29 september 1791 als tweede zoon van Pieter Jozef (1760‑1813) en Anne Therese Meurisse (1762‑1821). Hij overleed in zijn geboortedorp in 1871. Pieter Jan was een vrolijke praatgraag, een geboren verteller en fantast die na talloze avonturen en omzwervingen ‑ ondertussen had hij ook leren lezen en schrijven ‑ als hovenier tewerkgesteld werd op het domein van de adellijke familie Van de Walle-van Zuylen aan de Rolweg in ugge. Later zette hij er voor eigen rekening een boomkwekerij op. Op 1 juni 1829 trouwde hij in Wingene met de bijna dertien jaar jongere Monica Devriese, een stille, schuchtere in zichzelf gekeerde boerendochter. Zij kregen negen kinderen, van wie er zeven in leven bleven.

Grafmonument in Heule. Herdenkt het overlijden aldaar van Pieter Jan Gezelle en Monica Devriese (grootouders van Stijn Streuvels) (foto P.T.)

Pieter Jan was erg taalvaardig, met een uitgesproken voorliefde voor zijn West-Vlaamse moedertaal. Het laat geen twijfel dat deze taalliefde van grote invloed is geweest op het onvolprezen dichterlijk kunnen van zijn zoon, de dichter Guido en op het verhaaltalent van zijn dochter Louise, de moeder van Stijn Streuvels. Het is niet onwaarschijnlijk dat ook Stijn Streuvels de taalvirtuositeit van zijn grootvader heeft overgeërfd. 
Grootmoeder langs moederszijde, Monica Devriese (° Wingene, 1804, + Heule, 1875), wordt door Stijn Streuvels in zijn Kroniek van de familie Gezelle (1960) getekend naar een beeld dat hij ‘over haar van horen zeggen vernomen heeft’. ‘Moeder beweerde dat zij haar nooit welgezind had gezien, nooit had weten lachen of leute te hebben kunnen verdragen. Ze was uiterst nauwgezet en bedekt op haar persoon.’ Zij had een ‘moeilijk karakter, eigenzinnig, gesloten, nadig [niet soepel, streng] en scrupuleus inzake godsdienst.’

Pieter Jan en Monica: twee heel verschillende karakters, de ene joviaal, communicatief en opgewekt, de ander ‘eenhandig’, gesloten, introvert en depressief, waarvan Streuvels zich afvroeg ‘hoe zij elkaar voor ’t eerst hadden ontmoet’.

De grootouders langs vaderszijde, Pieter Lateur (1802‑1849) en Amelie Van Meenen (1800?‑1874) woonden in Avelgem, waar zij een bakkerij uitbaatten. De voorouders Lateur stamden uit een boerengeslacht afkomstig uit het Oost-Vlaamse Moregem, een landelijk dorp nabij Oudenaarde. De bakkerij te Avelgem werd na het overlijden van Pieter verder gezet door zijn twee zonen Carolus (Sarel, 1831-1894) en Victor (Fik, 1833-1903) en zijn dochter Amandine (1837-1881). In 1887 werd de zaak door hun (ziekelijk geworden) broer en schoonzus Kamiel Lateur-Gezelle (de ouders van Stijn Streuvels) overgenomen. Met assistentie van een knecht en hun dochter Lisa kon de zaak worden voortgezet. In 1891 werd Frank Lateur, na enkele jaren opleiding te hebben gevolgd, de nieuwe bakker. Hij bleef er tot in 1905 de bakkerij werd overgelaten en hij in het Lijsternest te Ingooigem ging wonen. Van dan af werd Stijn Streuvels beroepsschrijver.

Zie ook onder Beknopt genealogisch overzicht

logo-kulak.jpg

©2019 Stijn Streuvelsgenootschap.

Secretariaat - Mireille Vansteenkiste
't Rode Paard 19 - 8510 Bellegem

stijnstreuvelsgenootschap@skynet.be

Inhoudelijke opmerkingen over of suggesties voor onze website, contacteer ons.